Uit naam van land en meerderheid Uitschot wordt de les gelezen Hun verrotte plaats gewezen Verplicht tot werk en dankbaarheid Deze ballast, die de beschaving remt Leeft nog steeds dankzij de wet die ze met voeten treedt Zonder regels, vloeide het bloed allang Met zoveel angst, is geweld nooit ver weg Waarop wacht men, wat belet ze, wat belet ze toch?! Het uur der wrake komt nog wel Niet spontaan, maar op bevel Om eigenrichting te voorkomen Vervult de staat de zoete dromen Kansloos valt de minderheid Het was een ongelijke strijd Een overwinning zonder glorie Knaagt aan de tevredenheid Want het uitschot, het was een godsgeschenk Wat moet een arme, zwakke, lafaard zonder hen Zonder brenger van schuld en zonde Alleen en naakt, nog verloren in het paradijs