Ik zag je in de kamer zitten Maar jij had me niet gehoord Ik bleef wachten op een teken, op een woord Ik las de pijn van jaren in je ogen en ik dacht Aan het noodlot dat ons ooit tesamen bracht Ik zag hoe je won, hoe je verloor Hoe je nog altijd wacht Hoe je alles wil verwerken zonder klacht Ik zag in 't licht de harde lijnen Wrange trekken om je mond En de schaduw van de leegte op de grond Ik bleef onwennig zitten met mijn handen in mijn haar Wij verschillen echt niet zoveel van elkaar Eerst dacht ik nog: "Ik doe het toch" Maar ook dat ging voorbij God, wat hielp het ons vooruit als ik het zei Misschien dat jij op een morgen Aan een nieuw bestaan begint Met een zachte, trouwe vader voor je kind In een huis met grote ramen Met een boomgaard en een haag En geen spoor meer van de rotzooi van vandaag Misschien verzacht dat op die dag Voor mij dan ook de pijn Misschien dat het me helpt mezelf te zijn