Tom: C C G Een blond gelokte jonge jager C Kwam ’s morgens van de jacht terug. G Een lieve meid, naar schatting achttien lentes, C Ontmoette hij daar bij de brug. [Refrain] F C Twee reebruine ogen die keken de jager an, G C Twee reebruine ogen die hij niet vergeten kan. F C Twee reebruine ogen die keken de jager an, G C Twee reebruine ogen die hij niet vergeten kan. F C Twee reebruine ogen die keken de jager an, G C Twee reebruine ogen die hij niet vergeten kan. F C Twee reebruine ogen die keken de jager an, G C Twee reebruine ogen die hij niet vergeten kan. [Verse] C G Ze zouden over twee jaar trouwen, C Doch nauw’lijks waren zij vereend, G Toen moest hij weg naar een andere betrekking, C Ver weg, en zij heeft zo geweend. C G En weder ging ter jacht de jager C Ontmoette toen een schuwe ree. G Hij wilde op dat ed’le dier gaan schieten, C Legde an, maar schudde toen van nee. [Refrain] F C Twee reebruine ogen die keken de jager an, G C Twee reebruine ogen die hij niet vergeten kan. F C Twee reebruine ogen die keken de jager an, G C Twee reebruine ogen die hij niet vergeten kan. F C Twee reebruine ogen die keken de jager an, G C Twee reebruine ogen die hij niet vergeten kan. F C Twee reebruine ogen die keken de jager an, G C Twee reebruine ogen die hij niet vergeten kan.