Het grote bos droomt in de avondschemer De nevel streelt verliefd de heidegrond De oude jager zit aan 't kleine venster En aait verloren in gedroom zijn hond Refr.: Dat oude jagershuis Daar tussen bos en ven Dat heeft jaar in jaar uit Veel lief en leed gekend Het hoorde vaak in 't bos de leeuwerik klagen En in de dennen heeft de wind gesuisd De regen heeft op vele donkere dagen Zo fel op 't groen bemoste dak geruist Refr. De oude heeft eens over deze drempel Zijn jonge bruid in 't jagershuis gebracht De liefde drukte in hun lot haar stempel Voor 't eerst klonk daat zijn zoontjes blijde lach Refr. Toen klonken blijde stemmen door de woning De tijd verging, helaas, het moest zo zijn De zoon vertrok om nooit meer terug te komen Dan stierf zijn vrouw, de jager bleef alleen Refr.